ECLI:NL:GHARN:2010:BL6961
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- P.L.R. Wefers Bettink
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kinderrechter bij afwijking indicatie uithuisplaatsing minderjarigen
In deze zaak stond de vraag centraal of de kinderrechter bevoegd is af te wijken van de door het bureau jeugdzorg geïndiceerde en verzochte vorm van uithuisplaatsing van minderjarigen. De raad voor de kinderbescherming en de stichting bureaus jeugdzorg Gelderland waren in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van drie kinderen in netwerkpleeggezinnen, terwijl de raad en stichting een plaatsing in neutrale pleeggezinnen hadden verzocht.
Het hof overwoog dat de kinderrechter op grond van artikel 1:261 lid 1 BW Pro bevoegd is om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen en dat deze bevoegdheid ook inhoudt dat de rechter kan bepalen in welk type pleeggezin de kinderen worden geplaatst. De raad en stichting hadden geen te respecteren belang bij hun hoger beroep omdat zij feitelijk geen wijziging van de verblijfplaats beoogden. Bovendien zou het beperken van de machtiging tot een netwerkpleeggezin niet in strijd zijn met de wettelijke taakverdeling tussen kinderrechter en stichting.
Het hof verklaarde de raad en stichting niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en bevestigde dat de kinderrechter bevoegd is om af te wijken van de indicatie van het bureau jeugdzorg bij het bepalen van de plaats van uithuisplaatsing. De beschikking van 25 november 2009 werd bekrachtigd, waarbij de kinderen conform deze beschikking op 15 december 2009 in netwerkpleeggezinnen werden geplaatst.
Uitkomst: De raad en stichting werden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen in netwerkpleeggezinnen.