ECLI:NL:GHARN:2010:BL3925
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- Koolschijn
- Roes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling echtgenote en wederspannigheid met werkstraf opgelegd
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor meermalen mishandeling van zijn echtgenote en wederspannigheid. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte bewezen dat verdachte tussen 19 maart en 2 april 2008 zijn echtgenote mishandelde door haar te slaan, aan de haren te trekken en te duwen, waardoor zij pijn ondervond. Tevens verzette hij zich op 2 april 2008 met geweld tegen politieambtenaren die hem aanhielden.
De verdediging voerde onder meer nietigheid van de dagvaarding aan en betwijfelde de betrouwbaarheid van de verklaring van de toen 11-jarige dochter van verdachte. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de dagvaarding voldoende duidelijk was en dat verdachte zich naar behoren kon verdedigen.
Gezien de ernst van de feiten en de recidive van verdachte, die eerder een werkstraf voor mishandeling had aanvaard, achtte het hof de door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke werkstraf passend en geboden. De door de politierechter opgelegde deels voorwaardelijke werkstraf werd als te licht beoordeeld.
Het hof veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 40 uur met een vervangende hechtenis van 20 dagen indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de werkstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur met vervangende hechtenis van 20 dagen wegens mishandeling en wederspannigheid.