ECLI:NL:GHARN:2010:BL3769
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Zandbergen
- Wind
- Weening
- Rechtspraak.nl
Vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing hypotheekaanvragen en debiteringen
Het gerechtshof Arnhem behandelde een geschil tussen een hypotheekbemiddelaar en een tussenpersoon over de juistheid van rekening-courantverhoudingen en de berekening van provisies en kosten. De tussenpersoon betwistte dat zij maandelijks rekening-courantoverzichten had ontvangen en voerde aan dat de berekeningen van de geïntimeerde onjuist waren.
De kern van het geschil betrof debiteringen van €225 per hypotheekaanvraag, waarvan slechts een deel tot daadwerkelijke hypotheken had geleid. De tussenpersoon stelde dat de debiteringen onterecht waren omdat niet alle aanvragen waren gedaan. Het hof oordeelde dat de geïntimeerde onvoldoende had gespecificeerd welke aanvragen waren betwist en dat de vordering daarom niet kon worden toegewezen.
Verder werd geoordeeld dat de tussenpersoon niet kon spreken van dwaling over de inhoud van de provisieregeling omdat de geïntimeerde niet hoefde te verwachten dat de voorwaarden slechts oppervlakkig waren bestudeerd. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering af, waarbij de geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de geïntimeerde wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de betwiste hypotheekaanvragen.