ECLI:NL:GHARN:2010:BL3176
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.D. den Hartog
- J.I.M.W. Bartelds
- W.R. Rosingh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zware mishandeling politieagent bij disproportioneel geweld tijdens aanhouding
Op 11 juni 2004 werd een 17-jarige aangever met een gehandicapte arm aangehouden door verdachte, een politieagent, wegens mishandeling van diens zus. Tijdens de aanhouding verzette aangever zich hevig, waarop verdachte geweld toepaste, waaronder een armoverstrekking die leidde tot een gebroken schouder.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde zwaar lichamelijk letsel, omdat niet bewezen was dat verdachte de arm bewust had gebroken of dat sprake was van opzet. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte mishandeling had gepleegd door meerdere vuistslagen toe te dienen en een arm- en beenklem aan te leggen, waarbij het geweld disproportioneel was en het strafvorderlijk doel uit het oog werd verloren.
Verdachte beriep zich op noodweer en wettelijk voorschrift, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof oordeelde dat het geweld niet proportioneel en subsidiariteit was toegepast, vooral na het ontstaan van het letsel. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens onduidelijkheid over het causale verband. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 500 euro.
De uitspraak benadrukt dat politieagenten bij aanhoudingen resoluut mogen optreden, maar altijd binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit moeten blijven, zeker bij kwetsbare personen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van zwaar lichamelijk letsel, veroordeeld voor mishandeling met een voorwaardelijke geldboete van 500 euro.