ECLI:NL:GHARN:2010:BL3064
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- G. Mintjes
- G. de Jonge
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging dwangverpleging
In deze zaak heeft het hof Arnhem het beroep van het openbaar ministerie behandeld tegen de afwijzing door de rechtbank Rotterdam van de verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van betrokkene. De rechtbank had de vordering tot verlenging afgewezen, maar het hof vernietigt deze beslissing omdat de rechtbank niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en omdat nieuwe stukken en getuigenverklaringen tot een andere beoordeling leiden.
De deskundigen concluderen unaniem dat betrokkene lijdt aan de stoornis van Asperger, met narcistische trekken. Er is verschil van mening over de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. De risicotaxaties wijzen op een laag tot matig risico op recidive van een geweldsdelict. Het hof stelt vast dat het delictgevaar ondanks verschillen in inschatting nog aanwezig is en dat dit niet acceptabel kan worden teruggebracht zonder een dwingend kader.
Betrokkene woont sinds enige tijd zelfstandig en wordt begeleid door reclassering en ambulante forensische psychiatrie, maar toont een afwijzende houding ten opzichte van behandeling. Het hof acht verlenging van de TBS met twee jaar noodzakelijk en wijst op de noodzaak van voortgezette behandeling en begeleiding. Tegelijkertijd wordt de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden, waaronder toezicht door de reclassering, naleving van behandelafspraken, en mogelijke terugplaatsing naar de kliniek bij escalatie.
Het hof draagt de reclassering op betrokkene te ondersteunen bij de naleving van de voorwaarden en benadrukt het belang van een geleidelijke overgang naar vrijwillige hulpverlening. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2010.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt met twee jaar verlengd en de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd onder strikte voorwaarden.