ECLI:NL:GHARN:2010:BL0310
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei wegens tekortschieten informatieplicht en benadeling schuldeisers
Appellant was onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Arnhem meerdere malen was verlengd. De rechtbank beëindigde de regeling zonder toekenning van de schone lei omdat appellant in de periode van februari tot mei 2005 ruim €14.000,- had opgenomen van de rekening van zijn overleden vader zonder overleg met de bewindvoerder, wat leidde tot een conflict met mede-erfgenamen en benadeling van schuldeisers.
Appellant voerde aan dat de nalatenschap een afgescheiden vermogen is waarover de bewindvoerder geen zeggenschap heeft en dat hij alle bedragen aan de boedel heeft afgedragen. Hij stelde ook dat de bewindvoerder zijn salaris slechts over de eerste drie jaren van de regeling zou mogen ontvangen. Het hof oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat alle opgenomen bedragen ten behoeve van de nalatenschap zijn gebruikt en dat door het conflict met mede-erfgenamen ten minste €5.000,- aan schuldeisers is benadeeld.
Verder stelde het hof dat de bewindvoerder recht heeft op salaris over de gehele periode vanwege extra werkzaamheden door complicaties bij de nalatenschapsafwikkeling. Het hof verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde dat het tekortschieten in de nakoming van verplichtingen voldoende grond is om de schone lei te onthouden. Het vonnis van 10 december 2009 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei wegens tekortschieten in informatieplicht en benadeling van schuldeisers.