ECLI:NL:GHARN:2009:BL9122
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. Wammes
- C.J.H.G. Bronzwaer
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding in hoger beroep
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond de vraag centraal of het ontslag van [appellant] door Computron B.V. kennelijk onredelijk was. Het hof overwoog dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is, mede gelet op de omstandigheden ten tijde van het ontslag op 1 juni 2003. Hoewel het ontslag nadelige gevolgen had voor [appellant], waren deze niet zodanig ernstig dat zij niet opwogen tegen het belang van Computron bij beëindiging van het dienstverband.
Het hof verwierp het verweer dat sprake zou zijn van een valse of voorgewende reden voor ontslag. De ontslagaanvraag bij het CWI vermeldde functioneringsproblemen en een onwerkbare situatie, en het CWI had toestemming gegeven zonder verwijt aan [appellant]. Ook de stelling dat het CWI niet onpartijdig zou zijn, werd onvoldoende geacht.
Verder werd het beroep van Computron op niet-ontvankelijkheid verworpen, omdat een verklaring voor recht dat het ontslag kennelijk onredelijk is, voor [appellant] relevant kan zijn voor andere procedures. Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde het de partijen in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de vordering tot schadevergoeding af, waarbij het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.