ECLI:NL:GHARN:2009:BL9028
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitleg wederindiensttredingsvoorwaarde bij ontslag en uitbesteding werkzaamheden
In deze zaak stond de uitleg van artikel 4:5 van Pro het Ontslagbesluit centraal, waarin is bepaald dat een werkgever binnen 26 weken na toestemming van UWV om een arbeidsovereenkomst te beëindigen, de werknemer de gelegenheid moet bieden zijn werkzaamheden te hervatten voordat hij een ander in dienst neemt voor dezelfde werkzaamheden.
De werknemer vorderde in kort geding wedertewerkstelling en subsidiair een voorschot op schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechter had de primaire vordering toegewezen, maar de werkgever ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de werkzaamheden van de werknemer grotendeels waren overgenomen door een zelfstandige agent die deze taken voor eigen rekening en risico uitvoert, zonder gezagsverhouding met de werkgever. Hierdoor was geen sprake van het in dienst nemen van een werknemer in de zin van artikel 4:5 Ontslagbesluit Pro.
Het hof concludeerde dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet was geschonden en dat het ontslag daarom niet vernietigbaar was. Ook de subsidiaire vorderingen werden afgewezen omdat nader onderzoek in een bodemprocedure nodig is. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de vorderingen van de werknemer afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de werknemer af en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.