ECLI:NL:GHARN:2009:BL8449
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep curator tegen aansprakelijkheid uit familiale samenwerking en maatschap faillisementszaak
De curator in het faillissement van de moeder van geïntimeerde vordert in hoger beroep dat het hof geïntimeerde aansprakelijk stelt voor het faillissementstekort van circa €288.728,67. Hij baseert zijn vordering op het bestaan van een familiale samenwerking of maatschap tussen geïntimeerde en zijn moeder, alsmede op onrechtmatige daad wegens het niet afdragen van sociale premies en het niet voeren van een deugdelijke boekhouding.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam was, maar wel namens de onderneming arbeidsovereenkomsten sloot. Er is echter geen bewijs van een maatschapscontract of een dergelijke samenwerkingsovereenkomst. Het enkele feit dat geïntimeerde werkzaamheden verrichtte voor de onderneming, is onvoldoende om hem aansprakelijk te stellen voor alle schulden van de onderneming.
Voorts oordeelt het hof dat de curator onvoldoende onderbouwt dat geïntimeerde als feitelijk bestuurder aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Artikel 2:248 BW Pro is niet van toepassing op natuurlijke personen en kan niet analoog worden toegepast om aansprakelijkheid te baseren op het niet afdragen van sociale premies en het niet voeren van een boekhouding.
Het hof concludeert dat het hoger beroep faalt en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo. De curator wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de curator af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo.