ECLI:NL:GHARN:2009:BL6920
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. Wammes
- C.J.H.G. Bronzwaer
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over mondeling overeengekomen proeftijd en onregelmatig ontslag
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een rechtsgeldige proeftijd was overeengekomen. De werknemer trad in dienst voor zes maanden en werd binnen een maand zonder opzegtermijn ontslagen. De werkgever stelde dat er een mondeling overeengekomen proeftijd gold, bevestigd door een eenzijdig opgesteld contract. Het hof oordeelde echter dat een proeftijd schriftelijk en aan de werknemer bevestigd moet zijn om rechtsgeldig te zijn.
De werkgever kon niet aantonen dat het contract daadwerkelijk aan de werknemer was overhandigd of toegezonden, waardoor het schriftelijkheidsvereiste niet was vervuld. Ook de verwijzing naar een CAO volstond niet, omdat niet was vastgesteld dat partijen de CAO uitdrukkelijk hadden aanvaard. Hierdoor was het ontslag onregelmatig en was de werkgever schadeplichtig.
De werknemer vorderde loon over de resterende contractduur en een gefixeerde schadevergoeding. Het hof mat de schadevergoeding tot het loon over drie maanden, mede omdat de werknemer na drie maanden een nieuwe baan had gevonden. Tevens werd vastgesteld dat de werkgever een voorschot op salaris had betaald, wat in mindering werd gebracht op de achterstallige loonvordering.
Het hoger beroep van de werkgever werd grotendeels verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd met aanpassingen in de schadevergoeding en loonbetaling. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van €5.702,40 bruto en in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het ontslag onregelmatig, wijst de schadevergoeding toe en matigt deze tot drie maanden loon.