ECLI:NL:GHARN:2009:BL5943
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Fokker
- Van der Poel
- Smeehuijzen
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot gebruik gehuurd pand en gevolgen vroegtijdig vertrek huurder
In deze zaak staat centraal of de huurder, de Staat der Nederlanden, verplicht is het gehuurde kantoorgebouw te gebruiken tot oktober 2011, zoals overeengekomen in de huurovereenkomst en de daaropvolgende Allonge II. Lidmar Properties I B.V. vordert dat de Staat het gebouw niet eerder mag verlaten vanwege mogelijke waardedaling van het pand.
Het hof stelt vast dat in de huurovereenkomst geen expliciete gebruiksverplichting is opgenomen en dat een dergelijke verplichting niet voortvloeit uit de zorgplicht van de huurder volgens artikel 7:213 BW Pro. De door Lidmar overgelegde deskundigenrapportages over waardedaling door leegstand overtuigen het hof niet, mede omdat het pand ingrijpend gerenoveerd zal worden en potentiële huurders een professionele inschatting zullen maken.
Daarnaast oordeelt het hof dat de Allonge II slechts een verlenging van de huurperiode met twee jaar inhoudt en geen verdergaande verplichting tot gebruik schept. De vorderingen van Lidmar worden daarom afgewezen. In reconventie wordt het vonnis bekrachtigd, waarbij Lidmar wordt veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg en partijen ieder hun eigen kosten in hoger beroep dragen.
Uitkomst: De vorderingen van Lidmar worden afgewezen en het vonnis in reconventie wordt bekrachtigd.