ECLI:NL:GHARN:2009:BL1948
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- V. van den Brink
- A. Smeeïng-van Hees
- A.M.C. Groen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbitragebeslissing over goodwillvergoeding na geschil tussen aandeelhouders
In deze zaak stonden twee aandeelhouders van De Kroon Borne B.V. tegenover elkaar over de hoogte van een goodwillvergoeding bij de overdracht van aandelen. Partijen waren gebonden aan een arbitragebeding, waarbij geschillen door één arbiter, [A], moesten worden beslecht. Hoewel partijen overeenstemming bereikten over de aandelenoverdracht, bleef de goodwillvergoeding onbeslist.
De arbiter liet een deskundige een rapport opstellen en wees vervolgens een arbitrale uitspraak waarin de goodwill op nihil werd vastgesteld. Appellante betwistte de bevoegdheid van de arbiter om hierover te beslissen en stelde dat de arbitrageprocedure was beëindigd door een compromis tussen partijen. Tevens stelde zij dat zij niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het arbitrale vonnis.
Het hof oordeelde dat het arbitragebeding geldig was en dat de arbiter bevoegd bleef om over de goodwillvergoeding te beslissen. De brief van de arbiter en het gedrag van partijen wezen op voortzetting van de arbitrage. De vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis werd afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn. De rechtbank was onbevoegd kennis te nemen van de primaire vordering. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart de vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de vervaltermijn.