ECLI:NL:GHARN:2009:BL1063
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.L. van der Bel
- H. van Loo
- A. Keirse
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid CAO Vleessector op werkzaamheden in darmlokalen
In deze arbeidsrechtelijke zaak stond centraal of de CAO Vleessector van toepassing was op de arbeidsovereenkomst tussen [A] Products B.V. en [geïntimeerde]. [geïntimeerde] vorderde aanvulling van zijn loon op grond van de CAO, maar de kantonrechter oordeelde dat de CAO van toepassing was. [A] ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat haar werkzaamheden onder de uitzonderingsbepaling van artikel 1b van de CAO vallen, omdat zij zich hoofdzakelijk bezighoudt met het be- en verwerken van darmen en andere niet voor menselijke consumptie bestemde organen.
Het hof heeft de tekst van artikel 1b CAO Vleessector uitgebreid geïnterpreteerd en geoordeeld dat de uitzonderingsbepaling ziet op ondernemingen waarvan het merendeel van de werkzaamheden bestaat uit het verhandelen, be- of verwerken van darmen en dergelijke. Het hof verwierp het betoog van [geïntimeerde] dat de uitzondering alleen geldt als uitsluitend dergelijke werkzaamheden worden verricht. Verder stelde het hof vast dat [A] voldoende bewijs had geleverd dat meer dan 50% van haar werkzaamheden binnen deze uitzondering valt, onderbouwd met personeelsgegevens, verklaringen van medewerkers en brancheorganisaties.
[geïntimeerde] had onvoldoende gemotiveerd betwist dat het merendeel van de werkzaamheden van [A] binnen de uitzonderingsbepaling valt. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering van [geïntimeerde] af. Tevens werd [geïntimeerde] veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en oordeelt dat de CAO Vleessector niet van toepassing is, waardoor de loonvordering van de werknemer wordt afgewezen.