ECLI:NL:GHARN:2009:BK9427
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- J.K.B. van Daalen
- Th.C.M. Willemse
- L.L.M. de Lorijn
- H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling reguliere pachtovereenkomst en toepasselijkheid pachtwet- en BW-bepalingen
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen partijen sprake was van een eenmalige pachtovereenkomst of een reguliere pachtovereenkomst met een kortere duur dan wettelijk toegestaan. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de pachtkamer en oordeelde dat de gemeente niet had bewezen dat de pachtovereenkomst een eenmalig karakter had zoals bedoeld in artikel 70f lid 5 Pachtwet.
De gemeente had een getuige gehoord die verklaarde dat zij met appellante had besproken dat de grondkamer alleen eenmalige pachtovereenkomsten toestond, maar het hof vond deze verklaring onvoldoende en werd door appellante weersproken. De gemeente slaagde er niet in het vereiste bewijs te leveren.
Vervolgens oordeelde het hof dat partijen de overeenkomst opnieuw aan de grondkamer moeten voorleggen, met duidelijke vermelding dat het een reguliere pachtovereenkomst betreft. De grondkamer zal dan beoordelen of de kortere duur van de overeenkomst goedgekeurd kan worden. Het hof wees de vorderingen van de gemeente af en kende appellante het recht toe dat de pachtwet- en BW-bepalingen onverkort van toepassing zijn op de overeenkomst.
Tot slot veroordeelde het hof de gemeente in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis, wijst de vorderingen van de gemeente af en verklaart dat de reguliere pachtovereenkomst onder de pachtwet- en BW-bepalingen valt.