ECLI:NL:GHARN:2009:BK9398
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeplaatsstelling en afwijzing ontbinding pachtovereenkomst met bedrijfsmatige landbouwexploitatie
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen partijen over een pachtovereenkomst van een perceel bouwland/weiland. Geïntimeerde vordert in conventie de indeplaatsstelling van zijn zoon, terwijl appellante in reconventie ontbinding van de pachtovereenkomst en voorzieningen met betrekking tot het melkquotum verlangt. De pachtkamer van de rechtbank Breda wees de vordering tot indeplaatsstelling toe en wees de ontbindingsvordering af.
Appellante voert in hoger beroep meerdere grieven aan tegen deze beslissingen, waaronder het betwisten van de ingangsdatum van de pachtovereenkomst en het bedrijfsmatige karakter van het gepachte. Het hof bevestigt de eerdere motivering dat de pachtovereenkomst vanaf 1 maart 1991 loopt en dat er sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie, waarbij het fokkerijbedrijf voldoet aan moderne bedrijfsvoeringseisen.
Het hof wijst de stelling van appellante dat het gebruik van het gepachte in strijd is met de bestemming af, oordeelt dat de pachtovereenkomst redelijkerwijs zo mag worden uitgelegd dat het houden van paarden als fokkerijbedrijf is toegestaan, en bevestigt de indeplaatsstelling van de zoon van geïntimeerde. Tevens veroordeelt het hof appellante in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de indeplaatsstelling van de zoon en wijst de ontbindingsvordering af, waarbij appellante wordt veroordeeld in de proceskosten.