ECLI:NL:GHARN:2009:BK5130
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Streppel
- Verschuur
- van de Veen
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal beslag en spoedeisend belang bij geldvordering in kort geding
Partijen, voormalige echtgenoten, zijn in geschil over de opheffing van een executoriaal derdenbeslag gelegd door appellante op de werkgever van geïntimeerde ter incasso van partneralimentatie. De rechtbank Zwolle-Lelystad had het beslag opgeheven en een betaling aan geïntimeerde toegewezen.
In hoger beroep stelt appellante dat geïntimeerde de achterstallige alimentatie niet volledig heeft voldaan en dat de voorzieningenrechter onjuiste financiële gegevens heeft gebruikt. Het hof overweegt dat het opheffen van beslag alleen opportuun is indien sprake is van misbruik van executiebevoegdheid of als de executie tot een noodtoestand leidt.
Geïntimeerde heeft niet betwist dat hij achterstallige alimentatie niet heeft betaald en slechts gedeeltelijk voldoet sinds december 2007, zodat appellante een redelijk belang heeft bij handhaving van het beslag. Het hof vernietigt daarom het vonnis voor zover het beslag werd opgeheven en wijst de vorderingen van geïntimeerde daartoe af.
Daarnaast oordeelt het hof dat geïntimeede onvoldoende heeft aangetoond dat er een spoedeisend belang bestaat bij toewijzing van de geldvordering in kort geding, zodat ook deze vordering wordt afgewezen. De overige onderdelen van het vonnis worden bekrachtigd en partijen dragen elk hun eigen kosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot opheffing van het beslag en betaling af wegens onvoldoende spoedeisend belang en bekrachtigt het overige vonnis.