ECLI:NL:GHARN:2009:BK2826
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.W.J. Sekeris
- H.M. Poelman
- W.M. van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet juiste wijze van instellen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade door de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in een strafzaak. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze beschikking.
Het hof heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat het weliswaar tijdig was ingesteld, maar niet op de voorgeschreven wijze conform artikel 449, eerste lid, in samenhang met artikel 450, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De akte rechtsmiddel was ondertekend door de griffier, maar de advocaat die het hoger beroep instelde was niet persoonlijk verschenen bij de griffie, wat een vereiste is.
De advocaat van verzoeker had bovendien laten weten niet op de zitting te zullen verschijnen. Het hof concludeerde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de rechtbank blijft staan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet juiste wijze van instellen.