ECLI:NL:GHARN:2009:BK2826

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
000517-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449 SvArt. 450 SvArt. 89 SvArt. 591a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet juiste wijze van instellen

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade door de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in een strafzaak. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze beschikking.

Het hof heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat het weliswaar tijdig was ingesteld, maar niet op de voorgeschreven wijze conform artikel 449, eerste lid, in samenhang met artikel 450, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De akte rechtsmiddel was ondertekend door de griffier, maar de advocaat die het hoger beroep instelde was niet persoonlijk verschenen bij de griffie, wat een vereiste is.

De advocaat van verzoeker had bovendien laten weten niet op de zitting te zullen verschijnen. Het hof concludeerde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en het vonnis van de rechtbank blijft staan.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet juiste wijze van instellen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE ARNHEM
nevenzittingsplaats LEEUWARDEN
Rekestnummers: 0517-09 en 0518-09
Rekestnummers eerste aanleg: 08/1232 en 08/1233
Parketnummer eerste aanleg: 07-607115-07
Beschikking d.d. 30 oktober 2009 van de meervoudige raadkamer van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, op het hoger beroep tegen een beschikking ex artikel 89 en Pro artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering d.d. 11 februari 2009 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, zitting houdende te Lelystad, op het verzoek van:
[verzoeker],
geboren op [1974] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet verschenen.
De advocaat van verzoeker, mr. R.D.A. van den Boom, advocaat te Utrecht, heeft bij faxbericht d.d. 16 oktober 2009 te 09:39 uur meegedeeld dat hij niet ter zitting zal verschijnen.
De beschikking waarvan beroep.
De rechtbank heeft bij voormelde beschikking verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
Het verzoek
Verzoeker verlangt in zijn verzoekschrift van 29 mei 2008, ingekomen op 28 oktober 2008, vergoeding van de door hem geleden schade als gevolg van de tijd die hij in verband met de strafzaak met parketnummer 07-607115-07 in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zoals in het verzoekschrift is aangegeven.
De behandeling in raadkamer
Het hof heeft in openbare raadkamer van 16 oktober 2009 gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de strafzaak betrekking hebbende stukken.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal.
Aanwending van het rechtsmiddel
Blijkens de akte rechtsmiddel d.d. 4 maart 2009 is het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank ingesteld door middel van een schrijven van de advocaat van verzoeker voornoemd, gericht aan de griffier van de rechtbank, waarin hij verklaarde door verzoeker bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om namens deze hoger beroep in te stellen. De akte rechtsmiddel is ondertekend door de griffier. Op de plaats waar de handtekening van de comparant had dienen te worden geplaats is door de griffier aangetekend: "zie aangehecht schrijven". Het hof leidt daaruit af dat de bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat niet in persoon ter griffie is verschenen.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het hoger beroep weliswaar tijdig, doch niet op de in artikel 449, eerste lid, in samenhang met artikel 450, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven wijze is ingesteld.
Het hof zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
Beslissing:
Het hof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mrs. P.W.J. Sekeris, als voorzitter, H.M. Poelman en
W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Zomer als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.