ECLI:NL:GHARN:2009:BK2818

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
000515-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding na sepot

Verzoeker diende een verzoekschrift in voor vergoeding van schade en kosten vanwege de tijd die hij in verzekering heeft doorgebracht. De strafzaak tegen hem was geseponeerd, waarvan hij op 10 januari 2007 schriftelijk op de hoogte was gesteld.

Het verzoekschrift werd echter pas op 6 mei 2008 ontvangen, wat betekent dat het niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden na de beëindiging van de zaak was ingediend. Verzoekers advocaat werd pas op 21 april 2008 door een brief van de parketsecretaris geïnformeerd over de sepotbeslissing, maar dit deed niet af aan de eerdere kennisgeving aan verzoeker zelf.

Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het verzoek niet tijdig was ingediend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE ARNHEM
nevenzittingsplaats LEEUWARDEN
Rekestnummers: 0515-09 en 0516-09
Rekestnummers eerste aanleg: 08/555 en 08/556
Beschikking d.d. 30 oktober 2009 van de meervoudige raadkamer van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, op het hoger beroep tegen een beschikking ex artikel 89 en Pro artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering d.d. 16 juli 2009 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, zitting houdende te Lelystad, op het verzoek van:
[verzoeker],
geboren op [1967] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet verschenen.
De beschikking waarvan beroep.
De rechtbank heeft bij voormelde beschikking verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
Het verzoek
Verzoeker verlangt in zijn verzoekschrift van 23 april 2008 vergoeding van schade in verband met de tijd die hij in verzekering heeft doorgebracht, alsmede vergoeding van de kosten van het indienen van dit verzoekschrift, zoals door hem in zijn verzoekschrift is aangegeven.
Aanwending van het rechtsmiddel.
Verzoeker is blijkens akte d.d. 23 juli 2008 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde beschikking in hoger beroep gekomen.
De behandeling in raadkamer
Het hof heeft in openbare raadkamer van 16 oktober 2009 gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de strafzaak betrekking hebbende stukken.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal.
De beoordeling van het hoger beroep.
Uit het dossier blijkt dat de strafzaak tegen verzoeker is geseponeerd en dat hem daarvan op
10 januari 2007 schriftelijk mededeling is gedaan.
Voormeld verzoekschrift is op 6 mei 2008 ter griffie van de rechtbank Lelystad ontvangen.
Het verzoekschrift is derhalve niet binnen drie maanden na beëindiging van de zaak ingediend.
Dat de advocaat van verzoeker eerst door de brief d.d. 21 april 2008 van de parketsecretaris van het arrondissementsparket Zwolle-Lelystad op de hoogte is geraakt van de sepotbeslissing, doet aan het voorgaande niet af.
Het hiervoor overwogene brengt mee dat de rechtbank op de juiste gronden heeft geoordeeld en beslist, zodat de beschikking waarvan beroep zal worden bevestigd.
Beslissing:
Het hof:
bevestigt de beschikking, waarvan beroep.
Aldus gewezen door mrs. P.W.J. Sekeris, als voorzitter, H.M. Poelman en
W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Zomer als griffier,
en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.