ECLI:NL:GHARN:2009:BK2508
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.H. van Ginkel
- R.A. Dozy
- D. Stoutjesdijk
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor letsel door gebruik gebrekkige ladder bij vriendendienst
Op 6 maart 2004 hielp geïntimeerde bij het opknappen van een woning van appellant. Tijdens het gebruik van een aluminium ladder zonder veiligheidsrubber aan één poot, op een gladde marmeren vloer en op drie à vier meter hoogte, is geïntimeerde gevallen en arbeidsongeschikt geraakt.
Geïntimeerde stelde appellant aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro), omdat appellant wist van het gebrek aan de ladder en geen voorzorgsmaatregelen had getroffen. Appellant voerde verweer dat hij geen opdracht had gegeven tot gebruik van de ladder, geen waarschuwingsplicht had en dat geïntimeerde zich onvoorzichtig had gedragen.
Het hof oordeelde dat appellant zich bewust was van het gevaar van de gebrekkige ladder en dat hij geïntimeerde onrechtmatig heeft blootgesteld aan een groter risico dan redelijk was. Er was een causaal verband tussen het ontbreken van het veiligheidsrubber en het ongeval. De schadeverdeling werd vastgesteld op 70% voor appellant en 30% voor geïntimeerde wegens diens eigen schuld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is aansprakelijk voor 70% van de schade door val van een gebrekkige ladder, geïntimeerde voor 30%.