ECLI:NL:GHARN:2009:BK0410
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over bemiddelingsvoordelen bij aan- en verkoop van grond
Belanghebbende, geboren in 1928, voerde in 2000 en 2001 bemiddelingswerkzaamheden uit bij de aan- en verkoop van bouwgrond. Hij ontving hiervoor vergoedingen, waaronder provisies en optievergoedingen, die hij niet had aangegeven in zijn belastingaangiften. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op en kwalificeerde deze vergoedingen als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en resultaat uit overige werkzaamheden.
Belanghebbende betwistte dit en stelde onder meer dat hij geen voordeel beoogde en dat er geen sprake was van arbeid in economische zin. Het Hof oordeelde dat de vergoeding vooraf overeengekomen was en dat het redelijkerwijs voorzienbaar was dat de vergoeding de gemaakte onkosten zou overtreffen. Dit impliceert dat belanghebbende arbeid verrichtte en voordeel kon verwachten.
Het Hof stelde vast dat de ontvangen bedragen voortvloeiden uit de werkzaamheden en dat het niet relevant was of er een gezagsverhouding bestond. De navorderingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. De uitspraak van de Rechtbank Arnhem werd bevestigd, en er werd geen aanleiding gezien om partijen in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de ontvangen vergoedingen belastbaar zijn als inkomsten uit overige werkzaamheden en wijst het hoger beroep af.