ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9745
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding melkquotum bij beëindiging pachtovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of en in hoeverre het melkquotum samenhing met het gepachte en welke vergoeding de pachter aan de verpachter verschuldigd was bij beëindiging van de pachtovereenkomst. De pachter stelde dat het melkquotum niet samenhing met het gepachte en dat de vergoeding lager moest zijn dan de helft van de verkoopopbrengst. Het hof oordeelde dat de pachter onvoldoende gemotiveerd had betwist dat het melkquotum samenhing met het gepachte en dat de vaste regel van vergoeding van de helft van de waarde van het quotum van toepassing bleef.
Daarnaast was in geschil of de omvang van het gepachte 7 hectare of 8,65 hectare bedroeg. Het hof volgde de stelling van de verpachter dat de feitelijke oppervlakte beslissend is en dat het gepachte 8,65 hectare omvatte. Op basis hiervan werd de schadevergoeding verhoogd naar €54.704,79 plus wettelijke rente vanaf 1 mei 2003 tot de dag van volledige betaling.
Het hof verwierp de grieven van de pachter en bevestigde de veroordeling tot betaling van dit bedrag, inclusief rente en proceskosten. De eerdere vonnissen werden vernietigd voor zover zij uitgingen van een lagere vergoeding. Het hoger beroep van de pachter werd afgewezen, terwijl het incidenteel beroep van de verpachter werd toegewezen.
Uitkomst: De pachter is veroordeeld tot betaling van €54.704,79 plus wettelijke rente als vergoeding voor het melkquotum.