ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8542
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aanvullende alleenstaande-ouderenkorting bij AOW-uitkering voor gehuwden
Belanghebbende ontving sinds zijn 65e verjaardag een AOW-uitkering voor gehuwden en verzocht meerdere malen om herziening naar een AOW-uitkering voor ongehuwden. Deze verzoeken werden afgewezen door de Sociale Verzekeringsbank, de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep. Voor het jaar 2005 diende belanghebbende een aangifte inkomstenbelasting in met een beroep op de aanvullende ouderenkorting, welke door de inspecteur werd geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen recht had op de aanvullende ouderenkorting omdat hij niet in aanmerking kwam voor een AOW-uitkering voor ongehuwden. Dit oordeel werd gebaseerd op de wettelijke definitie van gehuwd en ongehuwd in de AOW en de feitelijke situatie van belanghebbende, die als gehuwd werd aangemerkt. Het hof sloot zich aan bij deze beoordeling en benadrukte dat de belastingrechter slechts marginaal kan toetsen het oordeel van de primair bevoegde rechter over het AOW-recht.
Belanghebbendes beroep op rechtsbescherming vanwege eerdere toekenning van de aanvullende ouderenkorting over 2002 werd verworpen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat dit een bewuste standpuntbepaling van de inspecteur betrof. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op de aanvullende ouderenkorting omdat hij een AOW-uitkering voor gehuwden ontvangt.