ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7973
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardebepaling winkel volgens Wet WOZ met huurwaardekapitalisatiemethode
Belanghebbende, eigenaar van een winkel en bovenwoning, betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van de winkel, vastgesteld op €140.000 met peildatum 1 januari 2005. De winkel was in februari 2006 verhuurd voor €12.000 per jaar. De gemeente handhaafde de waarde na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
Partijen discussieerden over de juiste waarde, waarbij belanghebbende pleitte voor een lagere waarde van €107.000 gebaseerd op een taxatierapport met een lagere kapitalisatiefactor. De gemeente steunde haar waarde op een taxatierapport met hogere kapitalisatiefactoren en vergelijkingsobjecten. Het Hof oordeelde dat de huurprijs van februari 2006 bruikbaar is ondanks dat deze ruim na de peildatum ligt, tenzij wordt aangetoond dat deze niet in het economische verkeer tot stand is gekomen.
Het Hof vond dat de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat de hogere waarde juist was en dat de kapitalisatiefactor van 11,2 te hoog was. De berekening van belanghebbende was onvoldoende onderbouwd. Het Hof stelde zelf de kapitalisatiefactor vast op 10 en de waarde van de winkel op €114.000. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, verlaagde de waarde en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de winkel wordt verminderd tot €114.000 en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.