ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7711
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Laméris-Tebbenhoff
- Rijnenberg
- Foppen
- Van der Woude
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten advocaat na vrijspraak in strafzaak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten en/of geleden schade in verband met een strafzaak die tegen hem was aangespannen. De strafzaak werd behandeld door de politierechter en vervolgens in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem, waarbij het arrest van het hof onherroepelijk werd en de zaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel.
Verzoeker vorderde een vergoeding van in totaal €13.073,88, bestaande uit kosten van de raadsman, aanvullende kosten en kosten voor het indienen van het verzoekschrift. Het hof oordeelde dat de aanvullende kosten betrekking hadden op werkzaamheden na het onherroepelijk worden van het arrest en daarom niet voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Het hof kende verzoeker op grond van billijkheid een vergoeding toe van €12.038,43, bestaande uit de kosten van de raadsman en de kosten van het verzoekschrift. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Verzoeker en zijn advocaat waren niet in de openbare raadkamer verschenen omdat het verzoek voldoende gemotiveerd was.
Uitkomst: Verzoeker wordt een vergoeding van €12.038,43 toegekend voor advocaatkosten en kosten van het verzoekschrift.