ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6911
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt ondernemerschap en aftrekposten voor gepromoveerde agrarische onderzoekster
Belanghebbende, een gepromoveerde agrarische onderzoekster, voerde zelfstandig sociaalpsychologisch onderzoek uit en gaf trainingen in de agrarische sector. Na een dienstverband startte zij in 2001 haar onderneming en factureerde zij aan diverse opdrachtgevers, waaronder ministeries. De Inspecteur kwalificeerde haar inkomsten echter niet als winst uit onderneming, maar als resultaat uit overige werkzaamheden, hetgeen leidde tot aanslagen inkomstenbelasting voor 2001 en 2002.
De Rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslagen, maar het Gerechtshof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat belanghebbende wel degelijk ondernemer is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het Hof vond dat de kenmerken van haar werkzaamheden en het ondernemersrisico, zoals debiteurenrisico en wisselende inkomsten, dit ondersteunen. Tevens werd het vertrouwensbeginsel toegepast omdat de Inspecteur eerder een toezegging had gedaan over haar ondernemerschap en het urencriterium.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende voor 2002 aan het urencriterium voldeed en voor 2001 mocht vertrouwen op een toezegging hierover. De aanslagen werden verminderd tot een belastbaar inkomen van € 15.874 voor 2001 en € 105.531 voor 2002, rekening houdend met aftrekposten zoals starters- en zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek en willekeurige afschrijving. Het Hof wees ook het incidentele hoger beroep van de Inspecteur af betreffende promotiekosten en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het Gerechtshof vermindert de aanslagen inkomstenbelasting 2001 en 2002 en bevestigt het ondernemerschap en aftrekposten van belanghebbende.