ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6907
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van belastingheffing over rente bij lening aan zustervennootschap
Belanghebbende, een vennootschap met een Franse directeur en enig aandeelhouder, had een lening verstrekt aan een zustervennootschap en jaarlijks rente ontvangen. De Inspecteur legde hiervoor een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting op, welke belanghebbende betwistte. Na een uitspraak van de Rechtbank Arnhem die de aanslag handhaafde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
Belanghebbende voerde aan dat het bedingen van rente geen reële economische grondslag heeft en in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM, waardoor de rente niet tot de belastbare winst gerekend zou mogen worden. Het Hof stelde vast dat het bedingen van rente in zakelijke verhoudingen gebruikelijk is en niet in strijd met nationale of internationale rechtsregels, mede gelet op jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.
Het hoger beroep van belanghebbende werd verworpen en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Het Hof wees ook een kostenveroordeling af. De uitspraak werd op 28 juli 2009 in het openbaar gedaan door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de rente op de lening aan de zustervennootschap terecht tot de fiscale winst is gerekend en belast.