ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6905
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak minderjarige verdachte wegens ontbreken wettig bewijs verkrachting
De minderjarige verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor verkrachting van een slachtoffer in de periode van januari 2004 tot november 2005. Het hof Arnhem heeft het hoger beroep behandeld na terechtzittingen in september 2008 en augustus 2009.
De advocaat-generaal had een voorwaardelijke jeugddetentie van 7 maanden met een proeftijd van 2 jaar gevorderd. De raadsman van verdachte stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, onder meer omdat verdachte functioneerde op het niveau van een kleuter en artikel 486 Sv Pro analoog toegepast zou moeten worden. Dit verweer werd verworpen.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte het slachtoffer door geweld of bedreiging tot de ten laste gelegde seksuele handelingen had gedwongen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van gedwongen seksuele handelingen.