ECLI:NL:GHARN:2009:BJ5600
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellanten, een gehuwd stel met twee kinderen, verzochten de rechtbank Arnhem om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van bijna €100.000. De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 sub c Fw Pro, omdat een deel van de schulden voortvloeide uit een onherroepelijke veroordeling en omdat niet aannemelijk was dat appellanten te goeder trouw waren bij het ontstaan van de schulden.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat hun schulden grotendeels ouder waren dan vijf jaar en dat zij sinds 2007 geen nieuwe schulden hadden gemaakt, waardoor zij volgens hen in aanmerking zouden moeten komen voor de regeling. Het hof nam kennis van de stukken en de mondelinge behandeling.
Het hof oordeelde dat hoewel een deel van de hypothecaire schulden ouder was dan vijf jaar, er tussen 2004 en 2007 nog diverse schulden waren ontstaan bij postorderbedrijven terwijl appellanten al een ziektewetuitkering ontvingen en niet in staat waren hun verplichtingen na te komen. Dit maakte het niet aannemelijk dat zij te goeder trouw waren. Het enkele feit dat na 1 januari 2007 geen nieuwe schulden zijn ontstaan, was onvoldoende om toepassing te geven aan artikel 288 lid 3 Fw Pro.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de vonnissen van de rechtbank Arnhem van 28 mei 2009 werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw.