ECLI:NL:GHARN:2009:BJ3739
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake resultaatbepaling terbeschikkingstelling pand aan echtgenoot
Belanghebbende, eigenaar van een pand, stelde dit pand in 2001 ter beschikking aan haar echtgenoot die er een horecagelegenheid exploiteerde. De Inspecteur stelde het belastbare inkomen uit werk en woning vast op basis van een hogere huur dan de huurovereenkomst uit 1992 voorschreef, omdat de echtgenoot het pand deels onderverhuurde tegen een hogere huurprijs. Belanghebbende voerde aan dat de oude huurovereenkomst nog steeds van kracht was en dat de huurprijs op basis daarvan moest worden gehanteerd.
De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem. Het Hof stelde vast dat de huurovereenkomst uit 1992 nog steeds van toepassing is, mede omdat het object en het gebruik daarvan niet wezenlijk waren gewijzigd en de rechten en verplichtingen uit de overeenkomst waren overgegaan op de echtgenoot. De hogere huurprijs die de onderhuurder betaalde was niet zakelijk voor de situatie tussen belanghebbende en haar echtgenoot.
Het Hof oordeelde dat de hypotheekrente en onderhoudskosten in mindering mochten worden gebracht op het resultaat uit overige werkzaamheden, maar dat advocaatkosten voor het onderverhuurgeschil niet in mindering konden worden gebracht. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslag inkomstenbelasting vast op een lager bedrag, overeenkomstig de huurprijs uit de oude huurovereenkomst.
Daarnaast veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is verminderd op basis van de oude huurovereenkomst, met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.