ECLI:NL:GHARN:2009:BJ2917
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- A.J.H. van Suilen
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingheffing waardeaangroei bloot eigendom onroerende zaken ondanks belastingverdrag en EVRM
Belanghebbende, die in 1974 samen met familieleden vruchtgebruik vestigde op onroerende zaken in Nederland, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1998 en 1999 vanwege niet-belaste waardeaangroei van bloot eigendom sinds 1996. Hij maakte bezwaar en ging in beroep tegen de afwijzing daarvan.
Het geschil betrof de vraag of het belastingverdrag tussen Nederland en België en het Eerste Protocol bij het EVRM aan de heffing door Nederland in de weg staan. Het Hof oordeelde dat de waardeaangroei als voordeel uit onroerende zaken moet worden gezien en dat het verdrag de heffingsbevoegdheid aan Nederland toewijst. Ook werd geoordeeld dat ongerealiseerde vermogenswinsten als verkregen voordelen kunnen worden belast.
Belanghebbendes beroep dat de heffing leidt tot een onrechtmatige eigendomsontneming werd verworpen. Het Hof stelde dat de wetgever binnen de ruime beoordelingsvrijheid bleef en dat er geen individuele buitensporige last was. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd en er werden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de navorderingsaanslagen en wijst het beroep van belanghebbende af.