ECLI:NL:GHARN:2009:BJ1987
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- C.J.H.G. Bronzwaer
- M.L. van der Bel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of sprake is van arbeidsovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde
In deze civiele zaak stond centraal of tussen appellant en geïntimeerde in de periode van 1 januari 2001 tot 1 januari 2002 een arbeidsovereenkomst bestond. Appellant stelde dat de feitelijke uitvoering van de overeenkomst duidde op een arbeidsovereenkomst, ondanks dat een managementovereenkomst was opgesteld en niet was ondertekend. Hij vorderde betaling van loon over de periode van 2005 tot 2006.
Het hof oordeelde dat de managementovereenkomst, hoewel niet ondertekend, wel de bedoeling van partijen weerspiegelde en dat er geen aanwijzingen waren dat partijen een arbeidsovereenkomst wensten. De feitelijke omstandigheden, waaronder het ontbreken van een gezagsverhouding en het feit dat appellant zijn werktijden zelf kon indelen, spraken tegen het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Ook het oordeel van het UWV over een arbeidsovereenkomst was niet relevant voor het civiele geschil.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter dat de loonvordering afwees en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst bestond in de betwiste periode.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat er geen arbeidsovereenkomst bestond en wijst de loonvordering van appellant af.