ECLI:NL:GHARN:2009:BI8013
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken huurovereenkomst verreiker
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een huurovereenkomst bestond met betrekking tot een JCB verreiker. De kantonrechter had in eerste aanleg geoordeeld dat het bewijs voor de overeenkomst was geleverd, maar het hof heeft dit oordeel in hoger beroep herzien.
Het hof heeft alle bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen van betrokkenen en schriftelijke verklaringen, opnieuw beoordeeld. De verklaringen van de getuigen aan de zijde van de eiser, waaronder een getuige die sprak over het gebruik van de verreiker in Duitsland, boden onvoldoende concreet bewijs voor het tot stand komen van de huurovereenkomst. De verklaringen van de gedaagde en haar echtgenoot, die ontkenden een dergelijke overeenkomst te hebben gesloten, werden door het hof als geloofwaardiger beoordeeld.
Daarmee faalde de eiser in haar bewijsopdracht. Het hof verklaarde het appel tegen het tussenvonnis niet-ontvankelijk en vernietigde het eindvonnis van de kantonrechter. De oorspronkelijke vordering werd afgewezen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot huurbetaling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een huurovereenkomst.