ECLI:NL:GHARN:2009:BI4793
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Zandbergen
- Rowel-van der Linde
- Falkena
- Rechtspraak.nl
Betaling voorafgaand aan faillissement zonder wetenschap van benadeling schuldeisers
In deze zaak staat centraal of een betaling van €131.306,59 door de gefailleerde aan appellant voorafgaand aan het faillissement vernietigd kan worden op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro, omdat appellant zou hebben geweten of behoord te weten dat deze betaling benadeling van schuldeisers tot gevolg zou hebben.
De rechtbank had de vordering van de curator toegewezen en de betaling vernietigd, maar het hof stelt vast dat appellant niet wist of behoorde te weten dat het om geld van de gefailleerde ging. De betaling vond plaats op verzoek van een derde partij, betrokkene, en appellant heeft het bedrag direct doorgeboekt naar een rekening van betrokkene.
Het hof oordeelt dat de curator onvoldoende bewijs heeft geleverd dat appellant bewust was van benadeling van schuldeisers. De curator kon ook niet aantonen dat appellant een onderzoeksplicht had om de eigendomsverhoudingen te achterhalen. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de eerdere vonnissen vernietigd.
De curator wordt veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de curator tot vernietiging van de betaling wordt afgewezen en de vonnissen van de rechtbank worden vernietigd.