ECLI:NL:GHARN:2009:BI3537
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens oplichting via internetverkoop
Veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld voor meervoudige oplichting gepleegd in de periode oktober tot en met december 2004, waarbij hij via internet goederen verkocht die niet werden geleverd. Het hof stelt vast dat veroordeelde het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft behaald uit de bewezenverklaarde feiten en soortgelijke feiten, geschat op €6.891,64.
Tijdens de zitting verklaarde veroordeelde dat hij samen met een medeverdachte handelde en dat de opbrengst werd verdeeld, maar dit werd niet ondersteund door bankafschriften of andere bewijsstukken. Het hof concludeert dat veroordeelde alleen heeft gehandeld en dat alle bijschrijvingen op de bankrekeningen voortkomen uit oplichting.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €6.891,64. Na aftrek van toegewezen schadevergoedingen aan benadeelden wordt de betalingsverplichting aan de Staat vastgesteld op €5.327,58. Dit bedrag moet veroordeelde aan de Staat betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Veroordeelde moet €5.327,58 aan de Staat betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.