ECLI:NL:GHARN:2009:BI2765
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. de Groot
- P.H. van Ginkel
- D. Stoutjesdijk
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding voor loslopende koeien op bloembollenperceel beperkt tot direct betreden grond
Op 23 april 2002 braken ongeveer dertig koeien uit en liepen over een perceel waar appellante gladiolen had geplant. Appellante vorderde schadevergoeding voor de schade aan het gewas, stellende dat de koeien de bodemstructuur van het gehele perceel hadden gewijzigd, wat leidde tot verminderde opbrengst.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat alleen schade aan de direct door de koeien betreden grond toewijsbaar was en dat de schade op het gehele perceel niet voldoende was onderbouwd. In hoger beroep bevestigt het hof dit oordeel. Deskundigenrapporten tonen aan dat schade door hoefafdrukken beperkt is tot de oppervlakte van de afdrukken en dat de bodemstructuur van het gehele perceel niet door de koeien is gewijzigd.
Appellante kon onvoldoende feiten aandragen om het causaal verband tussen de koeienuitbraak en schade buiten de direct betreden grond aannemelijk te maken. Ook de berekening van de schadevergoeding werd door het hof gebaseerd op het aantal stappen van de koeien en de oppervlakte van 89 Rijnlandse roeden. De vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en hogere schadevergoeding werden afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De schadevergoeding wordt beperkt tot de direct door de koeien betreden grond; hogere schadevorderingen worden afgewezen.