ECLI:NL:GHARN:2009:BI2386
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering curator wegens betaling lening na faillissement VHT Expeditie B.V.
De curator van het faillissement van VHT Expeditie B.V. vorderde betaling van een bedrag van € 22.450,63 van geïntimeerde, stellende dat betaling van VHT aan medegedaagde de lening van geïntimeerde en medegedaagde bij de Postbank had afgelost. De curator baseerde zijn vordering op grondslagen als ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde betaling, redelijkheid en billijkheid, en onrechtmatig handelen.
Het hof oordeelde dat de betaling van VHT aan medegedaagde niet leidde tot verrijking van geïntimeerde, omdat tegenover de schuld aan de Postbank een vordering op medegedaagde stond. Ook was de boedel niet verarmd, aangezien de boedel aanspraak had op medegedaagde. De betaling was niet onverschuldigd en er was geen sprake van onrechtmatig handelen door geïntimeerde.
De curator kon zijn vordering niet toewijzen, waardoor het hof het vonnis van de rechtbank Almelo bekrachtigde. Tevens werd de curator veroordeeld in de proceskosten van zowel het principaal als het incidenteel beroep.
Uitkomst: De vordering van de curator tegen geïntimeerde wordt afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.