ECLI:NL:GHARN:2009:BI1773
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- S.H. Wachter
- J.A. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht na beëindiging vriendschap
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht jegens het slachtoffer, na een onverwachte beëindiging van hun vriendschappelijke relatie. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en deed opnieuw recht. Het hof achtte bewezen dat verdachte op 24 april 2007 en in de periode van 17 tot en met 19 maart 2007 het slachtoffer heeft bedreigd met ernstige woorden en gebaren, waaronder dreigende sms-berichten en een snijdend gebaar langs de keel.
Het hof sprak verdachte vrij van de bedreiging op 11 april 2007, omdat de handelingen aan de deur onvoldoende concreet en te ver verwijderd waren van eerdere bedreigingen om als zodanig te gelden. De strafuitsluitingsgronden werden niet aanvaard en verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van tachtig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de complexiteit en onduidelijkheid over de directe relatie met de bewezen feiten. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn eerdere strafblad en een positief adviesrapport van de reclassering. De opgelegde straf sluit aan bij de ernst van de feiten en de geldende oriëntatiepunten voor dergelijke bedreigingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een deels voorwaardelijke taakstraf van tachtig uur wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.