ECLI:NL:GHARN:2009:BI0804
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens plegen diefstal tijdens regeling
Appellante, een 39-jarige vrouw met een WAO-uitkering en psychische klachten, werd veroordeeld tot een taakstraf wegens winkeldiefstallen gepleegd tijdens haar schuldsaneringsregeling. De rechtbank beëindigde daarop de regeling tussentijds omdat het plegen van vermogensdelicten de uitvoering van de regeling belemmerde.
In hoger beroep oordeelt het hof dat appellante zich willens en wetens blootstelde aan het risico dat haar strafbare feiten de regeling zouden frustreren. Gezien haar eerdere justitiële contacten en de opgelegde taakstraf is er voldoende grond om de regeling te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c Fw Pro.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Almelo van 24 februari 2009 en wijst het hoger beroep af. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die voortzetting van de regeling rechtvaardigen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens plegen van diefstal tijdens de regeling.