ECLI:NL:GHARN:2009:BI0270

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
17 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.015.022/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
  • Mollema
  • Kuiper
  • Weening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis inzake courtageovereenkomst tussen broker en duikbedrijf

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de broker Marine Trading & Brokerage B.V. (MTB) aanspraak kon maken op courtage voortvloeiend uit een verlengde bevrachtingsovereenkomst tussen Duc Diving B.V. en een derde partij, SDVO. Het geschil betrof de uitleg van de relatie tussen partijen en de vraag of MTB rechten kon ontlenen aan de Bimco Standard Bareboat Charter die tussen Duc Diving en SDVO was gesloten.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad had reeds geoordeeld en MTB stelde hoger beroep in tegen dat vonnis. Het hof oordeelde dat MTB niet rechtstreeks rechten kon ontlenen aan de tussen Duc Diving en SDVO gesloten bevrachtingsovereenkomst, omdat MTB geen partij was bij die overeenkomst. Ook de brief van 10 mei 2007 tussen MTB en Duc Diving bevatte geen bepalingen die een verlenging van de courtageovereenkomst garandeerden.

Het hof bevestigde dat Duc Diving vrij was om SDVO niet strikt aan de opzegtermijn te houden en dat MTB zich niet mocht beroepen op een vermeende verlenging van de courtageafspraken. Het vonnis van de rechtbank werd daarom bekrachtigd, waarbij MTB werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Tevens werd MTB niet ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen het reconventionele vonnis.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt MTB in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

Arrest d.d. 17 maart 2009
Zaaknummer 200.015.022/01
HET GERECHTSHOF TE ARNHEM
Nevenzittingsplaats Leeuwarden
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Marine Trading & Brokerage B.V.,
gevestigd te Vlaardingen,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,
hierna te noemen: MTB,
advocaat: mr. H. den Besten, kantoorhoudende te Almere,die ook heeft gepleit,
tegen
Duc Diving B.V.,
gevestigd te Urk,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Duc Diving,
advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden,
voor wie gepleit heeft mr. H.G.D. Hoek, advocaat te Rotterdam.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kort geding vonnis uitgesproken op 15 september 2008 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 25 september 2008 is door MTB hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Duc Diving tegen de zitting van 7 oktober 2008.
De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt:
"dat het Uw Gerechtshof moge behagen, bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad het vonnis door de Rechtbank Zwolle- Lelystad met zaaksnummer 1479 KG ZA 08-368 d.d. 15 september 2008 te vernietigen met veroordeling van Duc Diving B.V. in de kosten van beide instanties."
MTB heeft van eis geconcludeerd.
Bij memorie van antwoord is door Duc Diving verweer gevoerd met als conclusie:
"dat het Uw Gerechtshof moge behagen om bij arrest, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank Lelystad met zaaknummer 1479 KGZA 08-368, 15 september 2008 te bekrachtigen met veroordeling van MTB in de kosten van deze procedure."
Vervolgens hebben partijen hun zaak doen bepleiten onder overlegging van pleitnota's door hun advocaten.
Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
MTB heeft vijf grieven opgeworpen.
De beoordeling
1. De door MTB ontwikkelde grieven richten zich slechts tegen het beroepen vonnis voor zover in conventie gewezen, zodat MTB niet ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen het vonnis van 15 september 2008 voor zover in reconventie gewezen.
2. Tegen de weergave van de vaststaande feiten onder overweging 2 (2.1 tot en met 2.7) van het beroepen vonnis (waarvan een afschrift aan dit arrest is gehecht) is geen grief ontwikkeld, zodat ook het hof voorshands van die feiten uit zal gaan.
3. De grieven leggen het geschil in conventie in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor. Ze zullen daarom gezamenlijk worden behandeld.
4. Het hof leest in die grieven en in de daarop gegeven toelichting geen wezenlijk andere relevante stellingen of verweren dan die reeds in eerste aanleg waren aangevoerd.
5. De voorzieningenrechter heeft in het vonnis waarvan beroep gemotiveerd aangegeven op grond waarvan hij de door MTB tegen de door Duc Diving in conventie gevorderde voorzieningen opgeworpen verweren heeft verworpen en die voorzieningen heeft toegewezen. Het hof onderschrijft de desbetreffende overwegingen en maakt die tot de zijne. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.
6. De Bimco Standard Bareboat Charter (onder de vaststaande feiten aangeduid als de "rompbevrachtingsovereenkomst") van 16 mei 2007 mag weliswaar door tussenkomst en met hulp van MTB tot stand zijn gekomen, uit die overeenkomst blijkt niet dat MTB op enigerlei wijze partij was bij die overeenkomst.
MTB en Duc Diving hebben hun relatie vastgelegd in de onder de vaststaande feiten vermelde brief van 10 mei 2007, welke namens partijen is ondertekend. In die overeenkomst wordt SDVO wel genoemd, maar SDVO is op generlei wijze partij bij die overeenkomst.
7. Het hof is derhalve voorshands van oordeel dat MTB niet rechtstreeks rechten kan ontlenen aan de tussen MTB en SDVO gesloten Bimco Standard Bareboat Charter. Het door MTB gedane beroep op artikel 13 van Pro bedoeld Charter kan daarom - wat daar verder ook van zij - geen doel treffen.
Nu daaromtrent in de overeenkomst van 10 mei 2007 evenmin iets door partijen is vastgelegd, stond het Duc Diving vrij om SDVO niet strikt aan de tussen haar en SDVO overeengekomen opzegtermijn van 60 dagen te houden en kan MTB niet met een beroep op die opzegtermijn volhouden dat zij erop mocht vertrouwen dat de overeenkomst tussen Duc Diving en SDVO met een jaar was verlengd en dat zij zich derhalve verzekerd mocht weten van voortzetting van de courtageafspraken zoals die op 10 mei 2007 tussen haar en Duc Diving waren gemaakt.
8. De uitleg die de voorzieningenrechter heeft gegeven omtrent de tussen partijen gesloten courtageovereenkomst, onderschrijft het hof evenzeer. Opzegging van de overeenkomst door SDVO behoorde tot de mogelijkheden, zodat geenszins vaststond dat de huuropbrengst van € 1.000,-- per dag - na ommekomst van het eerste jaar - zou worden gecontinueerd. Tegen die achtergrond is het niet wel voorstelbaar dat bij partijen (inzonderlijk bij Duc Diving) de bedoeling heeft voorgezeten om met MTB een courtageovereenkomst te sluiten die alle risico's voor een eventueel lagere huuropbrengst bij Duc Diving zou leggen.
De slotsom.
9. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van MTB als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: 3 punten tarief II).
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart MTB niet ontvankelijk in haar beroep voor zover dat is gericht tegen het in reconventie tussen partijen gewezen vonnis van 15 september 2008;
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep, voor zover in conventie gewezen;
veroordeelt MTB in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Duck Diving tot aan deze uitspraak op € 303,-- aan verschotten en € 2.682,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
Aldus gewezen door mr. Mollema, voorzitter, mrs. Kuiper en Weening, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 maart 2009 in bijzijn van de griffier.