ECLI:NL:GHARN:2009:BH5699
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing bijdragevervangende belasting voor gemoedsbezwaarden volgens Zorgverzekeringswet
Belanghebbende, een zelfstandige in de agrarische sector en erkend als gemoedsbezwaarde, werd voor 2007 een voorlopige aanslag bijdragevervangende belasting opgelegd van €804. Na bezwaar en een ongunstige uitspraak van de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze heffing.
Belanghebbende stelde dat de regeling voor gemoedsbezwaarden in de Zorgverzekeringswet in strijd is met zijn geloofsovertuiging omdat de bijdrage feitelijk in een verzekeringssysteem wordt gebruikt. Het hof oordeelde dat de wet formeel is en dat de rechter deze niet kan toetsen aan de Grondwet, maar wel aan verdragsbepalingen zoals het EVRM en BUPO.
Het hof concludeerde dat de regeling niet in strijd is met de vrijheid van godsdienst zoals beschermd in deze verdragen, omdat de bijdragevervangende belasting niet ziet op het manifesteren van religie maar een fiscale heffing betreft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de heffing van de bijdragevervangende belasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.