ECLI:NL:GHARN:2009:BH4233

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002524-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a Sr (oud)Art. 14b Sr (oud)Art. 14c SrArt. 22c Sr (oud)Art. 22d Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geheel voorwaardelijke werkstraf wegens valsheid in geschrift bij sociale zekerheidsfraude

De verdachte heeft in de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002 op meerdere inlichtingenformulieren van GAK Nederland BV en UWV Gak valselijk vermeld dat hij niet had gewerkt en geen inkomsten had genoten, terwijl hij wel degelijk voor diverse werkgevers werkte en inkomsten ontving. Hierdoor heeft hij het vertrouwen in deze bewijsstukken ernstig geschaad en heeft het UWV schade geleden.

De rechtbank Zwolle-Lelystad veroordeelde verdachte eerder, waarna hij tijdig in hoger beroep is gekomen. Het gerechtshof Arnhem heeft het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte verdachte strafbaar voor meervoudige valsheid in geschrift en legde een geheel voorwaardelijke werkstraf van honderd uren op, met een proeftijd van twee jaar en een vervangende hechtenis van vijftig dagen bij niet-nakoming.

Het hof nam mee dat het om zeer oude feiten ging en dat verdachte al jarenlang substantiële maandelijkse betalingen aan het UWV verricht. Verdachte is niet eerder veroordeeld. De straf is passend geacht in het licht van de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. Daarnaast sprak het hof verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 100 uur met een proeftijd van twee jaar wegens meervoudige valsheid in geschrift.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002524-08
Parketnummer eerste aanleg: 07-900026-03
Arrest van 27 februari 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 juni 2004 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1979] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van eenhonderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd, dat:
hij in of omstreeks de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002, althans in of omstreeks de periode omvattende de jaren 1999 tot en met 2002, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten (telkens) een formulier van GAK Nederland BV en/of UWV Gak (te weten (telkens) een zogenaamd [naam] "Opvragen gegevens" onder meer met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)), waarop (telkens) opgave moest worden gedaan (onder meer) van werk en/of inkomen - (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk (telkens) op voormeld(e) formulier(en) vermeld (zakelijk weergegeven) dat hij in de periode waarop die/dat formulier(en) (telkens) betrekking had(den) niet heeft gewerkt en/of geen inkomsten heeft genoten, zulks terwijl hij (telkens) in die periode waarop die/dat formulier(en) (telkens) betrekking had(den) heeft gewerkt voor diverse werkgevers en/of (daaruit) (telkens) inkomsten heeft genoten en/of (telkens) valselijk op voormeld(e) formulier(en), (telkens) middels het plaatsen van zijn handtekening, (telkens) vermeld dat (telkens) voormeld(e) formulier(en) (telkens) volledig en naar waarheid was/waren ingevuld, (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:
hij in de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002, in de gemeente [gemeente], meermalen een geschrift, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten een formulier van GAK Nederland BV en/of UWV Gak (te weten een zogenaamd [naam] "Opvragen gegevens" onder meer met betrekking tot de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)), waarop telkens opgave moest worden gedaan (onder meer) van werk en/of inkomen - telkens valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens valselijk op voormelde formulieren vermeld (zakelijk weergegeven) dat hij in de periode waarop die formulieren betrekking hadden niet heeft gewerkt en geen inkomsten heeft genoten, zulks terwijl hij in die periode waarop die formulieren betrekking hadden heeft gewerkt voor diverse werkgevers en daaruit inkomsten heeft genoten en telkens valselijk op voormelde formulieren, middels het plaatsen van zijn handtekening, vermeld dat voormelde formulieren volledig en naar waarheid waren ingevuld, telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gelet op het volgende.
Verdachte heeft in de periode van 6 oktober 1999 tot en met 24 september 2002 formulieren die dienden voor de vaststelling van zijn recht op - en de hoogte van zijn Wajonguitkering valselijk opgemaakt, door niet op die formulieren aan te geven dat hij had gewerkt en dat hij met dat werk geld had verdiend. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten het vertrouwen, dat moet kunnen worden gesteld in stukken die tot bewijs van enig feit dienen in belangrijke mate geschonden, waardoor het (thans) UWV schade heeft geleden.
Verdachte is blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 november 2008 niet eerder veroordeeld.
Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, en mede in aanmerking nemende de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude (2006R002) van het openbaar ministerie, acht het hof oplegging van een werkstraf een passende sanctie. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen. Omdat het zeer oude feiten betreft, en omdat vaststaat dat verdachte inmiddels al jarenlang met substantiële maandelijkse betalingen op zijn door deze feiten ontstane schuld afbetaalt, zal het hof, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, een geheel voorwaardelijke straf opleggen.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a(oud), 14b(oud), 14c, 22c(oud), 22d, 57(oud) en 225 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J.A. Wiarda en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.