ECLI:NL:GHARN:2008:BH3114
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip agrarische waarde in pachtovereenkomst bevestigd door hof
In deze zaak stond de uitleg van het begrip "agrarische waarde" in een pachtovereenkomst centraal. Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest en heeft het debat voortgezet, waarbij zowel verpachters als pachter hun standpunten hebben toegelicht.
Het hof oordeelt dat de nadere stellingen van verpachters geen aanleiding geven om af te wijken van het voorlopige oordeel. De stellingen van verpachters bevatten geen inhoudelijke reactie op de overwegingen van het hof, met name over de kennis van de notaris omtrent een resolutie van de staatssecretaris en de objectieve uitleg van de akte.
Verpachters konden geen bewijs leveren voor hun beroep op bepaalde uitlatingen en hun uitleg van het begrip agrarische waarde wordt niet gevolgd. Ook het beroep op artikel 4:46 BW Pro en de kwalificatie van de pachtovereenkomst als uiterste wilsbeschikking wordt verworpen, omdat de pachtovereenkomst geen eenzijdige rechtshandeling is zoals bedoeld in artikel 4:42 BW Pro.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt verpachters in de kosten van het hoger beroep. De veroordeling in proceskosten wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het arrest geeft geen oordeel over de cassatiemogelijkheid in verband met wetswijzigingen per 1 september 2007.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de grieven van verpachters af.