ECLI:NL:GHARN:2008:BH1421
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- D.J. van der Kwaak
- J. Lamens
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging en afschaffing inkomensgarantieregeling door werkgever Haskoning
In deze zaak staat centraal of werkgever Haskoning en/of Stichting Pensioenfonds Haskoning (SPH) gerechtigd was de inkomensgarantieregeling, die werknemers tussen 62 en 65 jaar een garantie van 75% van het laatstgenoten salaris bood, te wijzigen of af te schaffen. De regeling was gekoppeld aan het tijdelijk ouderdomspensioen (TOP) dat vanaf 1 januari 2000 werd opgebouwd en onderdeel uitmaakte van de pensioenregeling.
[Appellanten] stelden dat de inkomensgarantieregeling een zelfstandige, onbeperkte garantie was, terwijl Haskoning en SPH betoogden dat deze regeling onderdeel was van de pensioenregeling en dat wijziging mogelijk was op grond van een eenzijdig wijzigingsbeding. Het hof concludeerde dat de regeling niet los kan worden gezien van de pensioenregeling en dat Haskoning op grond van artikel 7:613 BW Pro bevoegd was de regeling te wijzigen.
Het hof oordeelde verder dat Haskoning een zwaarwegend belang had om het TOP en daarmee de inkomensgarantieregeling af te schaffen, vanwege fiscale nadelige gevolgen door de Wet VPL. Het belang van de werknemers moest daarvoor wijken. De vorderingen van [appellanten] werden afgewezen, behalve voor een appellant die niet meer in dienst was en daarom niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat Haskoning bevoegd was de inkomensgarantieregeling te wijzigen of af te schaffen en wijst de vorderingen van appellanten af.