ECLI:NL:GHARN:2008:BH0063
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestendiging weigering willekeurige afschrijving pand wegens ontbreken mondelinge overeenstemming
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de weigering van de Inspecteur om willekeurige afschrijving toe te staan op het pand a-straat 1 te Q voor het jaar 2002. Na een eerdere uitspraak van de Rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
Belanghebbende voerde aan dat tijdens een bespreking op 20 januari 2004 mondelinge overeenstemming was bereikt over de toepassing van willekeurige afschrijving op het pand a-straat 1, dan wel dat de Inspecteur het vertrouwen had gewekt dat deze faciliteit zou worden toegestaan. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat er geen sprake was van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat mondelinge overeenstemming was bereikt. De verklaringen van de gemachtigden en de controlemedewerker van de Belastingdienst wezen uit dat de willekeurige afschrijving slechts was besproken voor het pand b-straat 1. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalden eveneens. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.