ECLI:NL:GHARN:2008:BG7500

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
9 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-00279
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof Arnhem vermindert accijnsbedrag en veroordeelt inspecteur in proceskosten

Belanghebbende was in beroep gekomen tegen een uitspraak op bezwaar betreffende het bedrag aan accijns dat hij op aangifte had voldaan. Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch had eerder de uitspraak vernietigd en een teruggaaf aan belanghebbende verleend. De staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het vonnis vernietigde en de zaak verwees naar het Gerechtshof Arnhem.

Bij de mondelinge behandeling op 25 november 2008 bereikten partijen overeenstemming over vermindering van het accijnsbedrag met €114. Tevens werd bepaald dat belanghebbende heffingsrente moet worden vergoed. Daarnaast spraken partijen af dat de proceskosten van belanghebbende voor de procedures bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en het Hof gezamenlijk €676,93 bedragen.

Het Gerechtshof Arnhem heeft op 9 december 2008 in het openbaar uitspraak gedaan, waarbij het accijnsbedrag werd verminderd en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak is bindend, maar partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Het accijnsbedrag is verminderd tot €792 en de Inspecteur is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €676,93.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
eerste meervoudige belastingkamer
nummer 08/00279
uitspraakdatum: 9 december 2008
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
verweerder : de inspecteur van de Belastingdienst/Douane te P (hierna: de Inspecteur)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
betreft : het bedrag aan accijns dat door belanghebbende op aangifte is voldaan
nummer : 0000
mondelinge behandeling : op 25 november 2008 te Arnhem
waarbij verschenen : belanghebbende alsmede de Inspecteur
gronden:
1. Belanghebbende is van de uitspraak op bezwaar in beroep gekomen bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, dat die uitspraak heeft vernietigd en aan belanghebbende een teruggaaf heeft verleend van € 906 (ƒ 1.997). De staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof te
’s-Hertogenbosch beroep in cassatie ingesteld. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch incidenteel beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft bij arrest van 6 juni 2008, nr. 39.536 de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.
2. Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt, inhoudende dat het bedrag aan accijns dat door belanghebbende op aangifte is voldaan moet worden verminderd met een bedrag van € 114.
3. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.
4. Voorts zijn partijen het erover eens geworden dat aan belanghebbende heffingsrente moet worden vergoed.
proceskosten:
Partijen zijn het erover eens dat belanghebbendes proceskosten voor de procedures bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en het Hof zijn te stellen op € 240,28 respectievelijk € 436,65, in totaal € 676,93.
beslissing:
Het Gerechtshof:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- vermindert het bedrag aan accijns dat door belanghebbende op aangifte is voldaan tot € 792;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 676,93 en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Aldus gedaan door mr. E. Polak, voorzitter, mr. R. den Ouden en mr. R.F.C. Spek, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.
De beslissing is op 9 december 2008 in het openbaar uitgesproken.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter, namens deze
(J.L.M. Egberts) (R. den Ouden)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
Postbus 20303,
2500 EH Den Haag.
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.