ECLI:NL:GHARN:2008:BG4227
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor niet voldoen aan vordering tot verlaten NS-station
De verdachte werd op 21 april 2004 op het NS-station te [plaats b] door politieambtenaren bevolen het station te verlaten, nadat hij door conducteurs was aangesproken. Hij voldeed niet aan deze vordering en werd aangehouden. De politierechter veroordeelde hem voor het niet opvolgen van een wettelijk gegeven bevel.
In hoger beroep stelde de raadsman dat de verdachte geen reiziger was omdat hem de toegang tot een trein was geweigerd en hij mogelijk geen geldig vervoersbewijs had. Het hof oordeelde echter dat de verdachte zich wel als reiziger op het station bevond en dat dit niet werd tegengesproken door de weigering tot toegang tot één trein.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk niet voldeed aan de vordering krachtens artikel 73 van Pro de Wet Personenvervoer 2000, gedaan door bevoegde politieambtenaren. Gezien het tijdsverloop van ruim viereneenhalf jaar en de geringe ernst van het feit, vond het hof strafoplegging niet meer redelijk en legde geen straf op.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte schuldig te verklaren, maar zonder strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard voor niet voldoen aan vordering tot verlaten station, maar geen straf opgelegd.