ECLI:NL:GHARN:2008:BG1098
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.W. Koksma
- C.G. Nunnikhoven
- W.R. Rosingh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs medeplegen moord in Arnhem
Het gerechtshof Arnhem heeft op 22 oktober 2008 in hoger beroep uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van moord op het slachtoffer in Arnhem in de nacht van 15 op 16 september 2005. Verdachte was samen met een getuige meerdere malen in Arnhem, waar het slachtoffer werd gedood in de auto van verdachte.
Het hof concludeerde dat er onvoldoende bewijs is voor medeplegen, omdat geen nauwe en bewuste samenwerking kon worden vastgesteld. Ten tijde van het schieten waren alleen verdachte, het slachtoffer en een getuige in de auto, en het kon niet met zekerheid worden vastgesteld wie de schoten heeft afgevuurd. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van zowel moord als doodslag.
Daarnaast werd een procedureel verzuim vastgesteld omtrent de vernietiging van geheimhoudersgesprekken, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Het hof verwierp het verzoek tot nader onderzoek naar deze gesprekken. Verdachte verbleef tijdens de procedure in voorlopige hechtenis, die na de uitspraak werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor medeplegen en onduidelijkheid over wie de schoten heeft afgevuurd.