ECLI:NL:GHARN:2008:BF9496

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
9 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
107.004.714
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Garos
  • Bosch
  • Beversluis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 474g RvArt. 225 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens verlopen verkooptermijn aandelenbeslag

De rechtbank Zwolle-Lelystad bepaalde bij beschikking van 24 oktober 2007 dat de in beslag genomen aandelen van appellant verkocht mochten worden binnen een termijn van zes maanden, met mogelijkheid tot verlenging op verzoek van de deurwaarder.

Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht vernietiging en niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek van geïntimeerde. Tijdens de procedure werd medegedeeld dat de vordering was overgenomen door een derde partij, mevrouw X.

Het hof oordeelde dat de termijn van zes maanden op 24 april 2008 was verstreken zonder dat een verlenging was aangevraagd. Omdat tegen dit onderdeel van de beschikking geen beroep was ingesteld en de termijn niet verlengd kon worden, kon de verkoop niet meer plaatsvinden. Hierdoor had appellant geen belang meer bij het hoger beroep en werd hij niet-ontvankelijk verklaard.

De behandeling van de grieven van appellant werd achterwege gelaten en het hoger beroep tegen de beschikking van 24 oktober 2007 werd afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het verlopen van de verkooptermijn zonder verlenging.

Uitspraak

Beschikking d.d. 9 oktober 2008
Zaaknummer 107.004.714 (voorheen Rekestnummer 0800068)
HET GERECHTSHOF TE ARNHEM
Nevenzittingsplaats Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat (voormalig procureur) mr. H. van Ravenhorst,
behandelend advocaat mr. G.C.L. van de Corput, kantoorhoudende te Breda,
tegen
de stichting
[geïntimeerde],
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat (voormalig procureur) mr. R.E.F. Bergwerf Bok,
behandelend advocaat mr. G.A. van Gorcom, kantoorhoudende te Utrecht.
Het geding in eerste aanleg
Bij beschikking van 24 oktober 2007 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad op de voet van artikel 474g Rv. bepaald dat kan worden overgegaan tot de verkoop van de door [geïntimeerde] in beslag genomen, op naam van [appellant] staande aandelen in de besloten vennootschap [naam bv], met bepaling op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht dienen te geschieden, een en ander zoals in de beschikking opgenomen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 23 januari 2008, heeft [appellant] verzocht de beschikking van 24 oktober 2007 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, [geïntimeerde] alsnog niet ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, althans haar verzoek af te wijzen en als ongegrond en onbewezen te ontzeggen.
Bij verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 25 maart 2008, heeft [geïntimeerde] het verzoek bestreden en verzocht de beschikking waarvan beroep, zonodig onder aanvulling van gronden, te bekrachtigen althans de grieven van [appellant] af te wijzen, kosten rechtens en alles zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder brieven d.d. 16 en 19 september 2008, elk met bijlagen, van mr. Van de Corput, en brieven d.d. 15 en 17 september 2008, elk met bijlagen, van mr. Van Gorcom.
Ter zitting van 23 september 2008 is de zaak behandeld. Aldaar zijn verschenen en gehoord [appellant] met zijn advocaat mr. J.M.L. Gijzen, en mr. Van Gorcom.
De beoordeling
1. Bij brief van 17 september 2008 heeft mr. Van Gorcom doen weten dat de vordering van [geïntimeerde] op [appellant] - ter executie waarvan het beslag op de aandelen van [naam bv] is gelegd - is of wordt overgenomen door [mevrouw X], wonende te [woonplaats]. Ter zitting van het hof heeft mr. Van Gorcom gesteld dat de procedure dientengevolge mogelijk geschorst zou dienen te worden, maar dat hij tevens optreedt namens [mevrouw X].
2. Aangezien de wet voor verzoekschriftprocedures geen bepaling kent ter zake van schorsing, zoals artikel 225 Rv Pro. voor de dagvaardingsprocedure, zal het hof niet tot schorsing van de procedure overgaan. Mocht al geoordeeld moeten worden dat artikel 225 Rv Pro. van overeenkomstige toepassing moet worden geacht te zijn op de verzoekschriftprocedure, dan stelt het hof vast dat niet op de juiste wijze de schorsing is ingeroepen, zodat ook in dat geval de procedure op naam van [geïntimeerde] zou moeten worden voortgezet.
3. Alvorens het hof toekomt aan de behandeling van de grieven van [appellant] dient beoordeeld te worden of [appellant] belang heeft bij zijn verzoek in hoger beroep.
Daartoe overweegt het hof, dat de rechtbank in de beschikking waarvan beroep onder meer het volgende heeft opgenomen:
- onder De beoordeling:
2.10. De termijn waarbinnen deze verkoop en overdracht van aandelen dient plaats te vinden wordt bepaald op zes maanden na heden. Deze termijn kan zonodig op gemotiveerd verzoek van de deurwaarder door de rechtbank worden verlengd.
- onder De beslissing:
3.8. bepaalt ten slotte de termijn waarbinnen verkoop en overdracht van de aandelen dient plaats te vinden op zes maanden na heden.
De beschikking is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze onderdelen van de beschikking van de rechtbank is geen (incidenteel) beroep ingesteld.
Desgevraagd heeft mr. Van Gorcom ter zitting van het hof verklaard dat wel steeds bij deurwaardersexploot aan [appellant] is aangezegd dat [geïntimeerde] alle rechten bleef handhaven, maar dat geen verzoek aan de rechtbank is gedaan tot verlenging van de bovenbedoelde termijn.
4. De door de rechtbank bepaalde termijn is ingegaan op 24 oktober 2007 en is geëindigd op 24 april 2008. Nu [geïntimeerde] geen verlenging van de door de rechtbank gestelde termijn heeft verzocht op de wijze zoals door de rechtbank daarvoor bepaald, en een dergelijke verlenging ook niet meer kan plaatsvinden, kan geen verkoop van de aandelen op grond van de beschikking waarvan beroep meer plaatsvinden. Daarom heeft [appellant] geen belang bij zijn hoger beroep en moet hij daarin niet ontvankelijk worden verklaard.
5. Het hof zal, gelet op het bovenstaande, de behandeling van de grieven van [appellant] achterwege laten.
6. De slotsom is dat beslist moet worden als volgt.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van 24 oktober 2007 van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Aldus gegeven door mrs. Garos, voorzitter, Bosch en Beversluis, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van donderdag 9 oktober 2008 in bijzijn van de griffier.