ECLI:NL:GHARN:2008:BF7485
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van Rossum
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voeging in procedure na verwijzing door Hoge Raad
In deze zaak na verwijzing door de Hoge Raad betrof het verzoek van P1 Holding om zich te voegen aan de zijde van Sortrans in het hoger beroep tussen Amphia en Sortrans. P1 Holding voerde aan dat zij een vergelijkbaar aanbestedingsgeschil heeft en dat haar interventie procesmatig doelmatig zou zijn, mede vanwege het belang van prejudiciële vragen.
Het hof overwoog dat de procedure na verwijzing gericht is op beëindiging van het geschil en dat toelating van interventie de procedure aanzienlijk zou compliceren. Bovendien is het stellen van nieuwe feiten en verweren na verwijzing slechts bij uitzondering toegestaan. Het risico dat Sortrans geen nadere memorie zou nemen en daardoor niet alle relevante feiten naar voren zouden komen, weegt niet op tegen het belang van een snelle en duidelijke afwikkeling.
Daarom wees het hof het verzoek van P1 Holding af en veroordeelde haar in de proceskosten van het incident. Tevens werd de zaak verwezen naar de rol voor memorie van antwoord na verwijzing door Sortrans. Het arrest werd gewezen door de kamer bestaande uit Smeeïng-van Hees, Van Rossum en Van der Pol op 1 april 2008.
Uitkomst: Het verzoek van P1 Holding om zich te voegen aan de zijde van Sortrans wordt afgewezen en P1 Holding wordt veroordeeld in de proceskosten.