ECLI:NL:GHARN:2008:BF7369
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake executoriale verkoop woning en weigering teruglevering
In deze zaak stond de executoriale verkoop van de woning van appellant centraal, waarbij appellant een verbod wilde afdwingen tegen de levering aan geïntimeerde sub 3. De voorzieningenrechter wees dit verbod af, waarna appellant in hoger beroep ging met meerdere grieven gericht op de ongeldigheid en onrechtmatigheid van de gunning en overdracht.
Het hof oordeelde dat appellant niet tijdig en concreet had voldaan aan de voorwaarden die de bank stelde om de executie te staken, waaronder de betaling van een bedrag van € 25.485,71 aan een andere schuldeiser. De bank had een termijn van beraad gegeven, maar appellant betwistte de vordering van de broer, waardoor de betaling vertraagde en de executie kon doorgaan.
Het hof verwierp het beroep van appellant op het lossingsrecht en misbruik van bevoegdheid, en stelde dat de bank zorgvuldig en niet onrechtmatig had gehandeld door ook rekening te houden met andere schuldeisers. Het hoger beroep werd afgewezen, het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd en appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.